Scheefwonen is een situatie waarin iemand een huurwoning bewoont die niet past bij het inkomen van het huishouden, meestal doordat het inkomen hoger is dan waarvoor de woning bedoeld is.
In Nederland wordt met scheefwonen bedoeld dat huishoudens met een relatief hoog inkomen in een sociale huurwoning blijven wonen. Deze woningen zijn bedoeld voor lagere inkomens, waardoor de doorstroming op de woningmarkt stagneert.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen goedkope scheefwoners en dure scheefwoners, afhankelijk van de huurprijs en het type woning.
Meer weten? Lees dan onze blog over de gevolgen van scheefwonen!
De familie De Vries woont al jaren in een sociale huurwoning. Hun gezamenlijke inkomen ligt ruim boven de inkomensgrens voor sociale huur. Toch kiezen zij ervoor om niet te verhuizen naar een vrije sectorwoning of koopwoning, omdat de huur laag is en verhuizen geen directe noodzaak voelt.
Hoewel deze situatie juridisch is toegestaan, draagt zij bij aan een tekort aan sociale huurwoningen voor lagere inkomens.
Scheefwonen kent een aantal herkenbare kenmerken:
Lage huur in verhouding tot het inkomen
Beperkte doorstroming binnen de sociale huursector
Minder beschikbare sociale huurwoningen voor lagere inkomens
Ongelijke verdeling van betaalbare woonruimte
Deze factoren zorgen voor langere wachttijden en extra druk op de woningmarkt.
Scheefwonen ontstaat door een combinatie van persoonlijke keuzes en structurele problemen op de woningmarkt.
Sociale huurwoningen zijn vaak aanzienlijk goedkoper dan woningen in de vrije sector. Voor huishoudens met een hoger inkomen is er daardoor weinig financiële prikkel om te verhuizen.
Het tekort aan betaalbare koopwoningen en middenhuur zorgt ervoor dat doorstromen lastig is, zelfs voor huishoudens die dat wel willen.
Goedkope scheefwoners zijn huishoudens met een inkomen boven de inkomensgrens voor sociale huur die toch in een sociale huurwoning blijven wonen.
Deze woningen zijn bedoeld voor lagere inkomens, waardoor het langdurig bezet houden ervan de toegankelijkheid van sociale huur beperkt.
Onderzoek laat zien dat goedkope scheefwoners grofweg in verschillende groepen zijn in te delen:
De plakker: wil niet verhuizen en is nauwelijks gevoelig voor beleid
De klamper: hecht sterk aan buurt en sociale binding
De spaarder: blijft bewust zitten om vermogen op te bouwen
De genieter: kiest voor lagere woonlasten en meer bestedingsruimte
De zoeker: wil wel verhuizen, maar stelt hoge eisen
De wachter: wil later verhuizen, maar wacht op een gunstig moment
Dure scheefwoners in sociale huur wonen in een woning met een huurprijs boven de aftoppingsgrens en ontvangen relatief veel huurtoeslag. Dit leidt tot hogere kosten voor de overheid.
Om dit te beperken worden deze huishoudens vaker toegewezen aan goedkopere sociale huurwoningen.
Er bestaan ook dure scheefwoners buiten de sociale huursector. Dit zijn huishoudens met een lager of middeninkomen die geen sociale huurwoning konden krijgen en daarom noodgedwongen in de vrije sector huren.
Deze groep betaalt vaak een groot deel van het inkomen aan huur en heeft geen recht op huurtoeslag.
De aanpak richt zich vooral op goedkope scheefwoners binnen de sociale huursector.
Woningcorporaties mogen inkomensgegevens opvragen bij de Belastingdienst. Bij hogere inkomens kan een extra huurverhoging worden toegepast boven op de jaarlijkse verhoging. Deze maatregel stond eerder bekend als de gluurverhoging en wordt nu aangeduid als inkomensafhankelijke huurverhoging. Het doel is huurders te stimuleren om door te stromen naar een passende woning.
Scheefwonen is niet strafbaar. Een huurder die in een sociale huurwoning blijft wonen terwijl het inkomen boven de inkomensgrens ligt, overtreedt geen wet. Wel wordt scheefwonen door de overheid gezien als onwenselijk, omdat sociale huurwoningen bedoeld zijn voor lagere inkomens.
Bij een hoger inkomen mag de verhuurder een inkomensafhankelijke huurverhoging toepassen boven op de reguliere jaarlijkse verhoging. Deze extra verhoging is wettelijk gemaximeerd en afhankelijk van de inkomenscategorie waarin de huurder valt. De exacte percentages worden jaarlijks door de overheid vastgesteld.
Er geldt geen maximale termijn voor scheefwonen. Zolang de huurder zich aan het huurcontract houdt en de huur betaalt, mag de woning worden bewoond. Een huurder raakt de woning dus niet automatisch kwijt door een hoger inkomen, maar kan wel te maken krijgen met hogere huurverhogingen of stimulansen om door te stromen.