Is de Wet betaalbare huur mislukt of een succes? Dit zijn de eerste effecten

De Wet betaalbare huur moest huren betaalbaarder maken, maar de eerste effecten roepen twijfel op.

Nederlandse woonstraat met huurder, verhuurder en huur- en koopborden

Geschreven door

Jelle

Bijgewerkt op

9 jul, 2026

De Wet betaalbare huur moest huren betaalbaarder maken, maar de eerste effecten roepen twijfel op. Huurders krijgen meer bescherming, terwijl particuliere verhuurders vaker verkopen en het huuraanbod onder druk staat. Is de wet daarmee een succes, of vooral een goedbedoelde maatregel met flinke bijwerkingen?

 

Het korte antwoord: de Wet betaalbare huur is geen complete flop, maar als oplossing voor de huurmarkt is het voorlopige resultaat teleurstellend.

Wat wilde de Wet betaalbare huur bereiken

De Wet betaalbare huur trad grotendeels in werking op 1 juli 2024. Vanaf 1 januari 2025 kregen gemeenten ook een grotere rol in de handhaving en werd de puntentelling bij nieuwe huurcontracten belangrijker.

Meer woningen onder het puntensysteem

De kern van de wet is dat meer huurwoningen onder het woningwaarderingsstelsel, het WWS, vallen. Woningen tot en met 186 WWS-punten krijgen een maximale huurprijs. Daarmee werd niet alleen de sociale huur, maar ook een groter deel van de middenhuur gereguleerd. Het doel was duidelijk: honderdduizenden huurders moesten beter beschermd worden tegen te hoge huren. De overheid rekende erop dat ruim 300.000 woningen uiteindelijk een lagere huur zouden krijgen, gemiddeld rond de €190 per maand.

Betaalbare huur én voldoende aanbod

Tegelijk moest de wet ervoor zorgen dat verhuurders voldoende reden zouden houden om te blijven investeren in huurwoningen. De wet moest dus twee dingen tegelijk doen: huurders beschermen én het huuraanbod op peil houden. Precies op dat tweede punt ontstaat nu de meeste discussie.

De wet werkt wél als huurbescherming

Wie alleen kijkt naar huurbescherming, kan moeilijk zeggen dat de wet volledig mislukt is. Voor huurders in woningen die onder het WWS vallen, is de positie sterker geworden.

Huurders kunnen hun huur beter controleren

De maximale huurprijs is beter controleerbaar, verhuurders moeten zich strikter aan het puntensysteem houden en huurders kunnen makkelijker nagaan of ze niet te veel betalen. Ook gemeenten en de Huurcommissie krijgen een belangrijkere rol. Dat maakt de wet minder vrijblijvend dan eerdere regels. Voor huurders die al in een gereguleerde of te reguleren woning zitten, kan dat concreet voordeel opleveren.

Geen flop als consumentenbescherming

Op dit punt is de wet dus geen flop. Als consumentenbescherming doet de Wet betaalbare huur deels wat zij belooft. De huurprijs wordt sterker gekoppeld aan woningkwaliteit en excessieve huurprijzen worden moeilijker.

Maar marktbreed dalen de huren niet duidelijk

Het probleem zit vooral bij het bredere markteffect. Want hoewel individuele woningen goedkoper kunnen worden, is er op de totale huurmarkt nog geen duidelijke huurdaling zichtbaar.

Gemiddelde huren blijven stijgen

De gemiddelde huren zijn blijven stijgen. Volgens de onderzochte cijfers steeg de gemiddelde huur in Nederland met 5,4% in 2024 en 4,9% in 2025. In de vrije sector was eveneens geen structurele daling zichtbaar. Daar stegen de huren in 2024 met 5,0% en in 2025 nog altijd met 4,4%.

Nieuwe vrije sector-huren lopen verder op

Bij nieuwe vrije sector-verhuringen is het beeld nog scherper. De vierkantemeterprijzen liepen op van €16,81 in het derde kwartaal van 2024 naar €17,91 in het eerste kwartaal van 2025 en €19,17 in het eerste kwartaal van 2026. Dat wijst niet op een markt die plots betaalbaarder wordt, maar op een markt waarin het overblijvende vrije aanbod juist schaarser en duurder wordt.

De paradox van de huurwet

Dat is de paradox van de wet: sommige woningen worden op papier betaalbaarder, terwijl woningzoekenden in de praktijk nog steeds tegen hoge prijzen en weinig aanbod aanlopen.

Het particuliere huuraanbod krimpt

Het grootste kritiekpunt is niet eens de huurprijs, maar het aanbod. De private huursector groeide na invoering van de wet niet door, maar kromp.

Vooral particuliere verhuurders bouwen af

In 2024 nam het aantal private huurwoningen per saldo met 3.200 af. Vooral particuliere verhuurders in privé bouwden bezit af: hun aantal huurwoningen daalde met 22.000. Tegelijk groeide het bezit van bedrijven en andere rechtspersonen nog wel. Dat laat zien dat de effecten van de wet niet voor iedere verhuurder hetzelfde zijn. Grote en professionele verhuurders kunnen nieuwe regels vaak beter opvangen dan particuliere eigenaren met één of enkele woningen.

Meer huurwoningen worden verkocht

Ook de verkoopcijfers laten een duidelijke beweging richting uitponden zien. Investeerders verkochten in 2023 nog 31.100 woningen. In 2024 waren dat er 53.300 en in 2025 zelfs 65.000. Het aantal aankopen bleef daar ver bij achter. Veel van deze voormalige huurwoningen gingen naar eigenaar-bewoners. Voor koopstarters kan dat positief zijn. Een woning die eerst werd verhuurd, komt dan beschikbaar op de koopmarkt. Maar voor huurders betekent het simpelweg: minder huurwoningen.

Minder aanbod betekent meer concurrentie

Als huurwoningen verdwijnen uit de markt, neemt de druk op het resterende aanbod toe. Woningzoekenden moeten sneller reageren, hebben minder keuze en concurreren met meer mensen om dezelfde woningen. Daarmee verschuift het probleem deels van “te duur” naar “niet beschikbaar”.

Illustratie van huurbescherming en afnemend huuraanbod op een weegschaal

Kleine particuliere verhuurders krijgen de hardste klap

De Wet betaalbare huur werkt niet in een vacuüm. Verhuurders kregen tegelijkertijd te maken met hogere rente, box 3-druk, strengere regels rond tijdelijke huurcontracten, onderhoudskosten en verduurzamingseisen.

De rekensom wordt minder aantrekkelijk

Voor kleine particuliere verhuurders kan de rekensom snel omslaan. Als de maximale huur omlaag gaat, maar de woningwaarde, belastingdruk en onderhoudskosten hoog blijven, wordt verhuren minder aantrekkelijk. Zeker op dure locaties of bij kleinere appartementen kan de toegestane WWS-huur flink lager uitvallen dan de eerdere markthuur. In zo’n situatie kan verkoop financieel logischer worden dan opnieuw verhuren.

Meer regels en administratie

Ook administratief wordt verhuren ingewikkelder. Verhuurders moeten rekening houden met puntentelling, energielabels, WOZ-waarde, servicekosten en mogelijke procedures bij de Huurcommissie. Grotere verhuurders of vastgoed-BV’s kunnen die lasten vaak beter opvangen. Kleine verhuurders met één of twee woningen kiezen sneller voor verkoop. Uit de eerste effecten blijkt dan ook dat juist deze groep relatief zwaar wordt geraakt.

Wat betekent dit voor woningzoekenden?

Voor woningzoekenden is de situatie dubbel. Aan de ene kant is het positief dat huurprijzen beter gecontroleerd kunnen worden. Niemand wil te veel betalen voor een woning die volgens het puntensysteem eigenlijk goedkoper hoort te zijn.

Meer bescherming helpt weinig als je geen woning vindt

Toch helpt huurbescherming vooral wanneer je al een woning hebt of er één weet te bemachtigen. Voor mensen die nog zoeken, is beschikbaarheid minstens zo belangrijk als betaalbaarheid. Als het aantal beschikbare huurwoningen afneemt, wordt de zoektocht moeilijker. De wet beschermt dan wel tegen te hoge huren, maar lost de schaarste niet op.

Betaalbare huur wordt schaarser

De kern van het probleem is dat betaalbare huur juridisch beter wordt beschermd, terwijl het beschikbare aanbod voor nieuwe huurders juist onder druk staat. Dat maakt de wet voor woningzoekenden minder succesvol dan de bedoeling was. Wie actief zoekt, doet er daarom goed aan om nieuw aanbod snel te volgen en bijvoorbeeld een zoekopdracht aan te maken.

Is de Wet betaalbare huur dan mislukt?

Dat hangt af van de vraag waarop je de wet beoordeelt.

Geen flop als huurbescherming

Als het doel was om huurders beter te beschermen tegen te hoge huren, dan is de wet geen flop. De huurprijs wordt sterker gekoppeld aan woningkwaliteit en huurders krijgen meer mogelijkheden om hun huur te controleren.

Wel teleurstellend als marktmaatregel

Maar als het doel was om de huurmarkt als geheel betaalbaarder en toegankelijker te maken, dan is het voorlopige oordeel veel kritischer. Het aanbod krimpt, particuliere verhuurders verkopen vaker en vrije sector-huren blijven stijgen. Vooral woningzoekenden lijken daar de dupe van te worden.

Geen complete flop, maar ook geen succes

De Wet betaalbare huur is juridisch verdedigbaar. Voor huurders die onder de regulering vallen, biedt de wet meer bescherming en kan de huurprijs beter aansluiten op de kwaliteit van de woning. In dat opzicht doet de wet wat zij belooft. Maar als oplossing voor de huurmarkt is het beeld voorlopig veel minder positief. Het particuliere huuraanbod krimpt, kleine verhuurders verkopen vaker en nieuwe huurders krijgen te maken met minder keuze en blijvend hoge vrije sector-huren.

 

De wet beschermt dus vooral mensen die al een huurwoning hebben. Voor mensen die nog zoeken, wordt de markt er voorlopig niet makkelijker op.

Zonder extra beleid voor nieuwbouw, fiscale druk en behoud van particuliere huurwoningen blijft het risico bestaan dat betaalbare huur vooral op papier beter beschermd is, terwijl het aanbod in de praktijk verder opdroogt.

Terug naar overzicht

Gerelateerde artikelen