een aantal kamerplanten bij elkaar

Kamerplanten verzorgen: laat ze het licht zien!

17 december 2020

Laatste update: 22 maart 2024

Kamerplanten zijn bezig met een opmars. In menig huiskamer valt er wel een pannenkoek-, bananen- of gatenplant te spotten. Een beetje groen in huis is wel zo prettig, helemaal in deze tijd. Planten produceren zuurstof en hebben de superkracht om de lucht in een kamer te zuiveren. Maar de verzorging van je groene maatjes blijkt soms best lastig. Hoeveel aandacht en liefde je ze ook geeft, het lukt je maar niet om er vrolijke, felgroene gewassen van te maken. 

Inhoudsopgave

    Zo moet jij je kamerplanten verzorgen

    Sommige kamerplanten zijn gemakkelijk te verzorgen. Naar de gemiddelde cactus heb je bijvoorbeeld weinig omkijken. Die zet je op de meest zonnige plek in je kamer en hoef je in de herfst- en wintermaanden meestal geen water te geven. Maar er zijn veel verschillende soorten planten, ieder met een eigen gebruiksaanwijzing. De één is de ideale huisgenoot, waarbij je weinig tijd kwijt bent aan de verzorging, terwijl de ander ontzettend veeleisend kan zijn.

    1. Water geven

    Planten hebben natuurlijk water nodig. Hoeveel? Dat kan per soort enorm verschillen. Door een gebrek aan water kan een ‘ie al snel het loodje zeggen, maar ook te veel water geven kan funest zijn. Wortels kunnen dan gaan rotten, waardoor de plant onopgemerkt ziek wordt. Voor je het weet is het dan te laat en kun je ‘m in de groene container gooien. Heb je te maken met een echte waterzuiger? Dan moet je soms wel dagelijks een bezoekje brengen met de gieter.

    Voordat je begint met bewateren, kun je het best checken of er niet nog genoeg water in de pot zit. Dit merk je meestal wel aan de vochtigheid van de aarde. Voel met je vinger of steek er een satéprikker in om dit te controleren. Check ook de bladeren.

    Droge kamerplanten

    Zijn ze droog? Dan heeft de plant water nodig. Voelt het vochtig aan? Dat is meestal het teken van een gezonde kamerplant. Om overbewatering tegen te gaan, kun je ook een pot gebruiken met een gat onderin. Zet hier een schoteltje onder, zodat een teveel aan water er gewoon weer uit lekt.

    2. Licht en plaatsing van de plant

    Net als water kan jouw florafamilie niet zonder licht – en ook hier zit veel variatie in. Een olifantsoor kan er bijvoorbeeld geen genoeg van krijgen en heeft minstens vijf uur zonlicht per dag nodig. Andere kamerplanten, zoals de lepelplant, kun je prima deels in de schaduw laten staan. Zet je zo’n plant toch in de volle zon? Dan kunnen de bladeren beschadigd raken. Ze worden dan donker en dor. Zoek dus goed uit hoeveel licht jouw groene vriend nodig heeft!

    Geen direct zonlicht op de planten

    Planten die veel licht nodig hebben, zet je twee à drie meter van het raam, in het westen of oosten van de kamer. Vergeet ze ook niet regelmatig een kwartslag te draaien, zodat ze niet één kant op groeien. Let er wel op dat veel kamerplanten niet goed tegen direct zonlicht kunnen. ‘s Zomer kun je ze dus het beste wat verder van het raam zetten. In de winter, als de zon minder fel is, zullen ze minder snel dor worden.

    3. Voeding geven om de zoveel tijd

    Eten zul je misschien niet meteen linken aan je planten (tenzij je een vleesetende plant in huis hebt). Maar veel van jouw groene maatjes kunnen goed een extra boost gebruiken in de vorm van plantenvoeding. Dit geef je tijdens de groeiperiode, in de lente en zomer, meestal tijdens het water geven.

    Er bestaat ook (vloeibare) voeding die je kunt mengen met water, of die zelfs al voorgemengd is. Daarmee direct tijdens het bewateren wat een extra vitamientjes mee. In nieuwe potgrond zit voor zo’n zes tot acht weken aan voeding. Daarna moet je zelf aan de bak. Er bestaan universele en speciale soorten voeding. Zoek dus eerst goed uit welke soort en hoeveel voeding je kamerplanten nodig hebben.

    4. Verpotten

    Heeft jouw binnenplant precies genoeg water, voeding en zonlicht? Maar hangt ‘ie er nog steeds zielig bij? Misschien is de pot dan te klein. Planten groeien natuurlijk niet alleen bovengronds.

    Wortels kunnen zich snel verspreiden, en zodra ze te weinig ruimte, lucht of onvoldoende voedingsstoffen hebben, kunnen ze zich niet verder ontwikkelen. Bladeren worden dan vaak geel en kunnen gaan hangen. Een nieuwe kamerplant zit in een kweekpot, die klein is om transportkosten te drukken. Eigenlijk moet je ‘m dus direct na aankoop verpotten naar een maatje groter.

    Voordelen van verpotten

    Verpotten heeft veel voordelen. Verse potgrond is luchtiger wat beter is voor de wortels. In een grote pot past bovendien meer grond, en meer grond kan meer water opnemen. De kans is daarmee kleiner dat er stilstaand water in komt te staan, waardoor wortels kunnen gaan rotten.

    Nog een voordeel: nieuwe potgrond heeft voor een maand of twee voedingsstoffen. Verpotten kun je het best in het voorjaar doen, omdat temperaturen dan stijgen en er meer zonlicht komt. Daardoor worden sneller nieuwe wortels gevormd.

    5. Stoffen en sproeien

    Je vegetatievriendjes stofvrij maken klinkt misschien overdreven. Toch wordt het door liefhebbers aangeraden om er af en toe met een stoffer langs te gaan. In de natuur regenen planten namelijk schoon. Thuis gaat er stof op bladeren liggen, wat de groei kan remmen.

    Plantendouche

    Een ideale manier om stof van planten te halen is door ze een douche te geven – nee, we stellen niet voor om ze mee te nemen naar de badkamer. Met een plantenspuit sla je twee vliegen in één klap: je maakt bladeren stofvrij én voorkomt uitdroging. Sommige kamerplanten kunnen namelijk niet goed tegen droge lucht. Heb je een bloeiende plant? Probeer te voorkomen dat je de bloemen besproeit!

    6. Rouwvliegjes tegengaan

    Rouwvliegjes, ze zijn de nachtmerrie van iedere planteigenaar. De minuscule beestjes kunnen behoorlijk hardnekkig zijn. Ze verstoppen zich in de grond en verspreiden van plant naar plant. In sommige huiskamers heerst zelfs een ware plaag. Je hebt misschien al van alles geprobeerd om ze bestrijden. Maar net als je eindelijk van het terreur af denkt te zijn, komen ze weer in grote massa’s terug.

    200 eitjes per dag

    De beestjes kunnen wel 200 eitjes per keer leggen, dus daar lijkt geen beginnen aan. Gelukkig gaan planten er niet door dood, maar rouwvliegjes kunnen wel behoorlijk irritant zijn.Wat je kunt doen om rouwvliegjes te bestrijden? Om te beginnen kun je de besmette plant het best isoleren. Zet de plant dus van andere planten af. Een teveel aan water is vaak de oorzaak van rouwvliegjes. Geef daarom minder water en laat de grond uitdrogen, zodat het minder aantrekkelijk wordt om zich in te nestelen en hun eitjes te leggen.

    7. Nog niet van je plaag af?

    Merk je geen verschil? Dan zou je de aaltjes in huis kunnen halen. Dit zijn kleine wormpjes die de larven van rouwvliegjes opeten. Het helpt ook om een laagje zand over je potgrond te gooien, zodat de beestjes niet de pot in en uit kunnen kruipen.

    Checklist kamerplanten verzorgen

    infographic tips om kamerplanten te verzorgen