De rekenhuur van een huurwoning is de kale huur van de woning. Vanaf 1 januari 2026 worden servicekosten niet meer meegeteld bij de berekening van de huurtoeslag. Alleen de kale huur wordt gebruikt om te bepalen of je binnen de huurtoeslaggrens valt en of je recht hebt op huurtoeslag.
Stel, je betaalt €600 aan kale huur en €40 aan servicekosten. Je rekenhuur voor huurtoeslag is dan €600, omdat servicekosten niet meer meetellen. Als dat bedrag binnen de inkomens- en andere voorwaarden valt, dan kun je huurtoeslag aanvragen.
Belangrijk om te weten:
- Of een woning een sociale huurwoning is, wordt bepaald door de kale huur.
- Of je recht hebt op huurtoeslag, hangt af van je rekenhuur.
Bij het bepalen van de kale huur (en dus de rekenhuur zonder de extra servicekosten) worden verschillende elementen in overweging genomen, zoals:
Elk element krijgt een bepaald aantal punten, en de totale score bepaalt de maximale rekenhuurprijs die voor de woning mag worden gevraagd.
Niet alle soorten servicekosten worden tot de rekenhuur gerekend. De wet maakt onderscheid tussen ‘subsidiabele servicekosten’ en 'niet-subsidiabele servicekosten’. Alleen de subsidiabele servicekosten tellen mee voor de rekenhuur. Dit zijn kosten zoals:
Elke kostenpost telt maximaal €12 mee, ongeacht of de werkelijke kosten hoger zijn. In totaal mag je niet meer dan €48 aan subsidiabele servicekosten meerekenen bij je rekenhuur.