Gemiddelde huurprijs daalt, maar per vierkante meter is huren duurder dan ooit

Het huuraanbod groeide in Q2 2026 met ruim 8%, maar die groei komt bijna volledig van kamers die richting het nieuwe studiejaar de markt op stromen. Wie per vierkante meter rekent, ziet het tegenovergestelde: de prijs staat op het hoogste punt ooit gemeten.

Nederlandse grachtenpanden met een subtiel ‘Te huur’-bord in een raam.

Geschreven door

Jelle

Bijgewerkt op

28 jul, 2026

Het tweede kwartaal van 2026 laat op het eerste gezicht een ruimere huurmarkt zien. Het totale aanbod op Huurstunt steeg naar 23.581 woningen, ruim 8% meer dan het voorgaande kwartaal. De gemiddelde huurprijs daalde bovendien naar €1.539,87. Goed nieuws, zou je denken.

 

Maar wie per vierkante meter rekent, ziet een ander beeld: de gemiddelde vierkante meterprijs steeg naar €23,93, het hoogste punt in de hele meetreeks. De verklaring zit in de samenstelling van het aanbod. Vrijwel de volledige groei komt van kamers en studio's, die richting het nieuwe studiejaar traditioneel de markt op stromen.

Zonder kamers is het aanbod nagenoeg gelijk aan vorig kwartaal. De lagere gemiddelde huurprijs is dus geen prijsdaling, maar het effect van meer goedkope woonruimte in de mix.

 

Voor wie buiten de grote steden durft te kijken, zijn er nog altijd betaalbare plekken. In plaatsen als Kerkrade en Doetinchem ligt de vierkante meterprijs ruim een kwart onder het provinciale gemiddelde.

 

Huurstunt Huurindex

De cijfers in dit artikel zijn gebaseerd op:

Een dataset van huurobjecten die na 1 januari 2022 op Huurstunt hebben gestaan;

  • Het huuraanbod van Huurstunt, bestaande uit huurwoningen, appartementen, studio’s en kamers;
  • Een correctie op basis van uitschieters (percentiel per plaats of provincie, 2,5e en 97,5e);
  • Bij de regionale prijsvergelijkingen en de verborgen parels zijn alleen huurwoningen en appartementen meegenomen, om het beeld voor woningzoekenden zuiver te houden.

Aanbod groeit, maar de groei komt van het kamerseizoen

Het totale aanbod op Huurstunt kwam in Q2 2026 uit op 23.574 woningen. Dat is 8,17% meer dan in Q1 2026 (21.794) en vrijwel gelijk aan Q2 2025 (+0,1%). Na twee kwartalen van krimp lijkt dat een opluchting.

 

De groei is echter niet gelijk verdeeld. Het kameraanbod steeg met 37,83% ten opzichte van vorig kwartaal, naar 6.441 kamers, en het aantal studio's nam met 31,2% toe. Huurwoningen en appartementen daalden juist licht. Zonder kamers telt de markt 17.133 woningen, vrijwel exact evenveel als vorig kwartaal en 2,54% minder dan een jaar geleden.

Voor de woningzoekende die geen kamer zoekt, is er dus weinig veranderd. De krapte van de afgelopen kwartalen staat nog gewoon overeind.

Woningen staan korter online dan vorig kwartaal

Een woning die in Q2 2026 verhuurd werd, stond gemiddeld 36,50 dagen online. Dat is een daling van ruim 5% ten opzichte van het record van vorig kwartaal (38,49 dagen), maar nog altijd bijna 14% langer dan in Q2 2025.

 

Woningzoekenden waren de buffer van woningen uit ruimere kwartalen aan het opmaken. Die buffer raakt nu leeg: de langst wachtende woningen zijn verhuurd en de gemiddelde tijd tot verhuur zakt weer.

Gemiddelde huurprijs daalt, de vierkante meter is duurder dan ooit

De gemiddelde huurprijs op Huurstunt daalde in Q2 2026 naar €1.539,87 per maand, 2,41% lager dan het voorgaande kwartaal. Op jaarbasis ligt de prijs nog altijd 5,3% hoger. Tegelijk steeg de gemiddelde vierkante meterprijs naar €23,93, een toename van 3,9% in één kwartaal en 5,78% op jaarbasis. Het is het hoogste niveau dat Huurstunt ooit heeft gemeten.

 

Die twee bewegingen spreken elkaar niet tegen. De gemiddelde huurprijs daalt doordat er dit kwartaal veel meer kamers en studio's in het aanbod zitten, en die zijn in euro's per maand goedkoop maar per vierkante meter juist duur. Het aandeel kamers en studio's in het totale aanbod is dit kwartaal opgelopen naar 32,6%, tegenover 25,8% vorig kwartaal. Op jaarbasis is dat aandeel nauwelijks veranderd (32,8% in Q2 2025), wat betekent dat het seizoenseffect grotendeels wegvalt zodra je kwartalen met hetzelfde seizoen vergelijkt.

 

Wie de samenstelling van het aanbod wegdenkt, ziet dat huren gewoon duurder is geworden: de stijging van 5,31% op jaarbasis geeft daarmee een zuiverder beeld van de onderliggende prijsontwikkeling dan de daling ten opzichte van vorig kwartaal.

Appartementen, het grootste segment, werden opnieuw duurder: €24,26 per m², het negende stijgende kwartaal op rij en 6,53% meer dan een jaar geleden. Huurwoningen braken met drie dalende kwartalen en stegen naar €18,04 per m² (+6,3% in één kwartaal). Dit segment is met 2.799 woningen relatief klein, dus een enkel kwartaal zegt hier minder. Studio's kostten gemiddeld €1.003,87 per maand en €34,23 per m². Kamers blijven per vierkante meter het duurste woningtype met €36,17.

Lees ook onze Huurindex van Q1 2026

Kamers keren terug op de markt

De kamermarkt laat de opvallendste draai van dit kwartaal zien. In Q1 2026 was het kameraanbod nog een vijfde kleiner dan een jaar eerder. In Q2 staat de teller op 6.454 kamers, 3,4% meer dan in Q2 2025. In bijna alle provincies met studentensteden groeide het aanbod, met Noord-Brabant (+18%) en Groningen (+8%) voorop.

 

De gemiddelde kamerhuur steeg licht naar €623,90 per maand (+0,66% ten opzichte van vorig kwartaal). Op jaarbasis zijn kamers 5,6% duurder. De verschillen per stad blijven groot: in Groningen werden de meeste kamers aangeboden (1.194, gemiddeld €544), gevolgd door Enschede (581, €437) en Rotterdam (561, €744). In Amsterdam kost een kamer gemiddeld €934 per maand, bijvoorbeeld ruim twee keer zoveel als in Enschede.

 

"Hoewel het kameraanbod in Q2 licht gestegen is ten opzichte van vorig jaar, blijft de forse krimp van Q1 nog steeds de meest significante ontwikkeling van dit jaar," zegt de data-analist van Huurstunt. "Er worden ook dit jaar nog studentenwoningen verkocht ten gevolge van de minder gunstige regelgeving. Het blijft dus even afwachten hoe de kamermarkt zich in Q3 zal ontwikkelen."

 

Wie deze zomer een kamer zoekt voor het nieuwe studiejaar, vindt dus meer keuze dan vorig jaar, maar tegen een hogere prijs.

Prijsdruk is landelijk: alle provincies duurder per meter

Gemeten over huurwoningen en appartementen lag de vierkante meterprijs in alle twaalf provincies hoger dan een jaar eerder. Zeeland ging aan kop met +12,28%, gevolgd door Drenthe (+9,06%) en Overijssel (+7,87%). Bij Zeeland en Drenthe past een kanttekening: het aanbod is er klein, waardoor percentages sneller uitslaan. De duurste provincie blijft Noord-Holland met €28,68 per m². Friesland (€14,42), Drenthe (€14,46) en Overijssel (€15,41) zijn de drie betaalbaarste provincies, al maakt het beperkte aanbod daar niet per se makkelijker om iets te vinden.

 

Het woningaanbod ontwikkelt zich juist heel verschillend per regio. Ook hier gerekend over alleen huurwoningen en appartementen kromp het aanbod in Groningen met 20,57% en in Limburg met 8,28% op jaarbasis, terwijl Flevoland (+35,66%) en Zeeland (+21,54%) groeiden vanaf een kleine basis.

 

Op stadsniveau is Nijmegen de opvallendste naam. Vorig kwartaal was het nog de enige grote stad met dalende prijzen. Nu is het met +12,95% de sterkste stijger van alle grote steden, naar €20,83 per m². Ook Tilburg (+3,63%), Eindhoven (+5,33%) en Breda (+6,32%) stegen fors. Onderaan de lijst staat Almere (+2,29%). Amsterdam, veruit de duurste stad met €32,12 per m², steeg met een relatief bescheiden 2,2%.

 

In het aanbod vallen Almere (+50,81%), Tilburg (+20,2%) en Rotterdam (+10,29%) op als groeiers, al komt een deel van die groei opnieuw uit kamers. Arnhem verloor met 14,91% het meeste aanbod van alle grote steden.

Verborgen parels

Ook dit kwartaal zijn er plaatsen waar huurders ruim onder het provinciale gemiddelde wonen. We kijken hierbij naar huurwoningen en appartementen met voldoende waarnemingen over het afgelopen jaar.

 

In Kerkrade (Limburg) betaal je gemiddeld €12,85 per m², tegenover een provinciaal gemiddelde van €18,75. In Doetinchem (Gelderland) is dat €12,76 per m² tegenover een provinciegemiddelde van €19,28.

 

Beide plaatsen liggen buiten de grote steden, maar binnen aanvaardbare reisafstand van regionale centra. Het patroon blijft hetzelfde: voor de huurder die flexibel is in locatie, is ruim wonen voor een redelijke prijs nog altijd mogelijk.

Conclusie

Het tweede kwartaal van 2026 is een kwartaal van schijnbewegingen. Het aanbod groeit, maar vrijwel alleen door het kamerseizoen. De gemiddelde huurprijs daalt, maar alleen omdat de mix goedkoper oogt. De maatstaf die het minst gevoelig is voor die verschuivingen, de prijs per vierkante meter, staat op het hoogste punt ooit en steeg in alle twaalf provincies.

 

Voor kamerzoekers is er dit kwartaal echt iets verbeterd: meer aanbod dan een jaar geleden, verspreid over vrijwel alle studentensteden. Voor iedereen die een woning of appartement zoekt, blijft het beeld onveranderd krap, met prijzen die vooral buiten de Randstad hard oplopen.

 

Of het kamerherstel doorzet zodra het studiejaar eenmaal begonnen is, wordt de vraag voor het derde kwartaal. Na de zomer viel het kameraanbod vorig jaar scherp terug. De structurele krapte onder het seizoenspatroon is nog niet verdwenen.

Over Huurstunt

Huurstunt is een van de grootste huurplatformen van Nederland en brengt dagelijks duizenden huurders en verhuurders met elkaar in contact. De Huurstunt Huurindex wordt elk kwartaal opgesteld op basis van het actuele woningaanbod op het platform. De index geeft inzicht in prijsontwikkelingen, regionale trends en verschuivingen binnen de Nederlandse huurmarkt.

Met actuele data en transparante rapportages helpt Huurstunt huurders om beter inzicht te krijgen in de woningmarkt en ondersteunt het verhuurders bij het bepalen van marktconforme huurprijzen.

Bij Huurstunt streven we ernaar een zo volledig mogelijk overzicht te bieden van de huurobjecten binnen de Nederlandse woningmarkt. Desondanks kan het voorkomen dat bepaalde makelaars of platforms niet in onze dataset zijn opgenomen. De gepresenteerde cijfers weerspiegelen daarom de ontwikkelingen binnen het deel van de huurmarkt dat via Huurstunt zichtbaar is, en hoeven niet volledig representatief te zijn voor de gehele Nederlandse huurmarkt.

Zie de volledige onderbouwing voor meer uitleg over specifieke statistieken en het vergaren en verwerken van de data.

Terug naar overzicht

Gerelateerde artikelen