De sociale huurgrens is het maximale bedrag dat een woning mag kosten om als sociale huurwoning te worden aangemerkt. In 2025 is deze grens vastgesteld op €932,93 per maand. Woon je onder dit bedrag, dan val je in de categorie sociale huur. Deze woningen zijn bedoeld voor mensen met een beperkt of middeninkomen, zodat zij toegang hebben tot betaalbare woonruimte.
De sociale huurgrens is in het leven geroepen om mensen met een lager inkomen te beschermen tegen hoge woonlasten. De druk op de woningmarkt is groot, vooral in stedelijke gebieden waar huren snel stijgen. De grens zorgt ervoor dat er een deel van de markt beschikbaar blijft voor wie het financieel minder ruim heeft.
De sociale huurgrens wordt elk jaar geïndexeerd op basis van onder andere inflatie en marktomstandigheden. Het woningwaarderingsstelsel (WWS) blijft een rol spelen bij de bepaling van het maximale toegestane puntentarief en huurprijs van individuele woningen.
Sociale huurwoningen zijn bedoeld voor huishoudens met een beperkt inkomen. Per 1 januari 2026 gelden de volgende inkomensgrenzen voor toewijzing via woningcorporaties:
Daarnaast speelt passend toewijzen: corporaties moeten woningen toewijzen die passen bij het inkomen en de huurprijs van het huishouden.
Vanaf 2026 vervalt de strikte maximumhuurgrens als voorwaarde voor huurtoeslag. Dat betekent dat je nu ook met een hogere huur in aanmerking kunt komen voor toeslag, mits je inkomen en andere voorwaarden voldoen. De Belastingdienst rekent de toeslag uit op basis van de kale huur tot een berekeningsgrens (bijvoorbeeld € 932,93 voor volwassenen) maar sluit je niet langer automatisch uit als je boven die grens huurt.
Belangrijke veranderingen huurtoeslag 2026:
Toewijzing gebeurt op basis van inschrijfduur, inkomen, passendheid van de woning en soms urgentie. In grote steden kunnen de wachttijden zeer lang zijn door schaarste op de woningmarkt.
Het systeem van de sociale huurgrens heeft zowel voordelen als nadelen voor huurders: